Dagelijks Evangelie

DAGELIJKS EVANGELIE


Maandag 24 Januari 2022


Maandag in de  3e week door het jaar.  cyclus C.


De H. Franciscus van Sales, b. en krkl.


Uit het 2e boek Samuël 5,1-7.10.


In die dagen begaven alle stammen van Israël tot David in Hebron en zeiden: 'Zie, wij zijn uw vlees en bloed.
Reeds vroeger, toen Saul nog koning over ons was, waart gij het, die Israël te velde deed trekken
en terugbracht. En tot u heeft de Heer gezegd: "Gij zult mijn volk Israël weiden; gij zult de leider van Israël zijn!"
Toen alle oudsten van Israël dus tot den koning in Hebron gekomen waren, sloot koning David
met hen een verbond voor het aanschijn van de Heer, en werd David door hen tot koning over Israël gezalfd.
David was dertig jaar, toen hij koning werd, en veertig jaar lang heeft hij geregeerd.
Zeven jaar en zes maanden regeerde hij over Juda in Hebron, en drie en dertig jaar over heel Israël en Juda in Jerusalem.
Nu trok de koning met zijn manschappen naar Jerusalem op, tegen de Jeboesieten, de inheemse bevolking. Dezen riepen tot David: Hier komt ge niet binnen; blinden en kreupelen zouden het u kunnen beletten! Daarmee bedoelden ze: David kan hier onmogelijk in.
Maar David veroverde de Sionsvesting, de zogenaamde Davidstad.
David werd nu hoe langer hoe machtiger, daar Jahweh, de God der heirscharen, met hem was.



Psalmen 89(88),20.21-22.25-26.


Eertijds zijt Gij aan uw profeet verschenen,
en hebt Gij uw besluit geopenbaard:
Een sterke man heb Ik de troon geschonken,
een uitverkorene genomen uit het volk.

Mijn dienaar David heb Ik opgezocht
en hem gezalfd met mijn gewijde olie;
Als teken dat mijn hand hem steeds zal steunen
en dat mijn arm hem kracht verlenen zal.

Mijn trouw en mijn genade leiden hem,
mijn Naam zal hem de zege schenken.
Ik leg zijn hand op de zee, Zijn rechter op de rivieren.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 3,22-30.


In die tijd zeiden de schriftge­leerden onver Jezus dat Beelzebul in Hem huisde en dat Hij door middel van de vorst der duivels de duivels uitdreef.
Hij riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen: 'Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?
Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is, kan dat rijk geen stand houden.
Wanneer een huis innerlijk verdeeld is, zal dat huis geen stand kunnen houden.
En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen.
Bovendien, niemand kan binnendringen in het huis van een sterke om zijn huisraad te roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden. Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
Voorwaar, Ik zeg u: alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook alle godslasterin­gen die zij uitge­sproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest, krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis; hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.'
Dit omdat zij gezegd hadden: 'er huist een onreine geest in Hem.'


Bron: Petrus Canisiusbijbel en vernieuwing.