Dagelijks Evangelie

DAGELIJKS EVANGELIE. 


Zondag 11 April 2021



Beloken Pasen. B    


De H. Stanislaus




Uit de Handelingen der apostelen 4,32-35.


De menigte die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel zij bezaten alles gemeen­schappelijk.
Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen.
Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrach­ten
om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.



Psalmen 118(117),2-3a.15c.16a.18.22.24.


Stammen van Israël, dankt de Heer,
eindeloos is zijn erbarmen!
Herhaalt het, stammen van Aaron.

De Heer greep in met krachtige hand,
de hand van de Heer was machtig.

Geslagen, getuchtigd heeft mij de Heer,
maar niet ten dode gedoemd.

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.

Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt :
wij zullen hem vieren in blijdschap.



Uit de 1e brief van de apostel Johannes 5,1-6.


Dierbaren, iedereen die gelooft dat Jezus de verlosser is, is een kind van God. Welnu,
wie de vader liefheeft bemint ook het kind.
Willen wij God liefhebben en zijn geboden onder­hou­den,
dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf.
God bemin­nen wil zeggen zijn geboden onderhouden,
en zijn geboden zijn niet moeilijk te onder­houden,
want ieder die uit God geboren is overwint de wereld. En het wapen
waarmee wij de wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof.
Niemand kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is.
Hij is het die gekomen is met water en bloed, Jezus Christus. Hij is gekomen niet door water alleen,
maar door water en door bloed. De Geest betuigt het, omdat de Geest de waarheid is.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 20,19-31.


In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijf­plaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei:
'Vrede zij u.' Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.
Nogmaals zei Jezus tot hen: 'Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.'
Na deze woorden blies Hij over hen en zei: 'Ontvang de heilige Geest.
Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.'
Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam.
De andere leerlingen vertelden hem: 'Wij hebben de Heer gezien.' Maar hij antwoordde:
'Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger
in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.'
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij.
Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: 'Vrede zij u.'
Vervolgens zij Hij tot Tomas: 'Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.'
Toen riep Tomas uit: 'Mijn Heer en mijn God!'
Toen zei Jezus tot hem: 'Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge?
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.'
Nog vele andere tekenen heeft Jezus gedaan in het bijzijn van zijn leerlingen, welke niet in dit boek zijn opgetekend,
maar deze hier zijn opgete­kend, opdat gij moogt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn Naam.



Bron : Petrus Canisius bijbel en vernieuwing



            Uit 'HET DAGBOEK DER HEILIGEN'

                   Door E.H. J.B. De Corte - 1871

                    

                      De H. Joannes,  Eremijt.

                               Als iemand spreekt,  dat hij spreke alsof het Gods woorden waren.   1. PETR.  4                                                       _______ 

         Deze heilige werd,  in het jaar 305,  uit arme ouders in Egypte  geboren;  hij was in zijn jeugdjaren schrijnwerker;  maar was  25 jaar oud als hij de wereld  verliet om op het hoogste van een berg te gaan wonen.  Hij metselde de deur dicht van zijn cel,  en liet er maar een klein vensterke in,   langs waar men hem eten bracht;  vijf dagen per wer week onderhield hij een allerstiptelijke stilzwijgendheid;  het was maar de zaterdag en zondag dat hij iemand wilde spreken.  Op die dagen was er dan een grote toeloop;  want van alle kanten kwam men naar hem toe om hem te zien en om raad en zijn gebeden te vragen;  maar nooit wilde hij een vrouwspersoon spreken.  Hij deed veel mirakelen en stierf op 90 jarige leeftijd.                                                                                                                                             ___________________