Dagelijks Evangelie

   

       DAGELIJKS EVANGELIE. 


Zaterdag 25 September 2021


Zaterdag in de 25e week door het kerkelijk jaar  C



De H. Gerolf, martelaar.


Uit de profeet Zacharias 2,5-9.14-15a.


Ik sloeg mijn ogen op en had een visioen:
Ik zag een man met een meetsnoer in de hand.
‘Waar gaat u heen?’ vroeg ik, en hij antwoordde:
‘Ik ga opmeten hoe groot Jeruzalem moet worden.’
Toen verscheen de engel die met mij sprak, en een andere engel kwam hem tegemoet
en zei: ‘Vlug, zeg tegen die jongeman dat Jeruzalem een open stad zal blijven,
niet ommuurd, vanwege het grote aantal mensen en dieren dat er zal wonen.
Ik zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn
– spreekt de Heer – en haar met mijn luister vullen.’
‘Jubel, Sion, en verheug je, want Ik kom in jouw midden wonen – spreekt de Heer.
Er komt een tijd dat vele volken zich bij mij zullen aansluiten.
Zij zullen mijn volk zijn, en bij jou, Sion, zal Ik wonen.’



Uit profeet Jeremia 31,10.11-12ab.13.


Volken, hoor het woord van de Heer
geeft er bericht van op verre kusten.

Hij die Israël eens verstrooid,
zal het verzamelen zal het behoeden
zoals een herder zijn kudde.

Jakob zal worden bevrijd door de Heer
los uit de greep van hen die hen roofde
Juichend betreden zij de Sion weer
zetten zich neer waar de Heer hen zegent.

Meisjes dansen samen een vreugdedans
samen met de jongens en grijaards
Dan breng Ik vreugde in plaats van rouw
troost en blijdschap na al hun droefheid



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 9,43b-45.


In die tijd verbaasde zich iedereen over alls wat Jezus deed, en Hij sprak tot zijn leerlingen:
'Hebt een open oor voor wat Ik u zeg. De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen.'
Ofschoon zij die woorden niet begrepen ‑ ze bleven voor hen omsluierd, zodat zij het niet konden vatten ‑ schrokken zij ervoor terug Hem hierover te ondervragen.



Bron: Petrus Canisiusbijbel en vernieuwing.



 


         Uit 'HET DAGBOEK DER HEILIGEN'

                 Door E.H. J.B. De Corte - 1871

                    

                                  

                 

                       De H. Kruisverheffing.

                                                                                            _______ 

                                        Die zijn kruis niet draagt,  is mij niet waardig.   MATT. 10.


    Cosroës,  koning van Perzië,  had in het jaar 614 het kruis van de Zaligmaker te" Jerusalem weggenomen en naar zijn land vervoerd.  De keizer Heraclius verklaarde hem daarvoor de oorlog,  en het H. Kruis weder bekomen hebbende,  vervoerde  hij het met veel luister naar Jerusalem.  Hij wilde het zelf op zijn schouders  tot op de berg van calvarie dragen;  maar hij gevoelde zich door  een  bovennatuurlijke macht tegengehouden.  De patriarch van Jerusalem zei hem dat het niet betaamde dat hij,  met het keizerlijk gewaad  bekleed,   de voetstappen  van de arme Jezus wilde volgen.  De keizer trok alsdan een arm kleed aan,  en droeg het Kruis  tot op de berg,  waar het wedergesteld werd in de kerk die de H. Helena had doen bouwen.


                                                   -------------------------

                                                          MEDITATIE

                                             Op de liefde tot het Kruis'.


Jezus-Christus is de koning onzer zielen,  hij heeft ze door het Kruis gewonnen,  Hij moet er door het Kruis in heersen.  Wij moeten het Kruis in onze harten planten en er ons aan onderwerpen.  De Zaligmaker heeft door het Kruis de zonde,  de dood en de duivel overwonnen,  zouden wij zo versteend kunnen zijn dat hij ons niet zou kunnen overwinnen?  Zou hij de hovaardij,  de zinnelijkheid en de onverduldigheid uit onze harten niet kunnen verbannen?  Kunnen wij christenen zijn indien wij niet gelijk Christus ootmoedig,  verstorven en verduldig zijn?